Een fantastische najaarsrit

Het late najaar kan nog mooi zijn. In mijn baan kan ik mijn afspraken zo plannen dat ik soms wat vroeger kan stoppen met werken. Zo ook vandaag; een heerlijke late najaarsdag. Vanuit het kantoor in de binnenstad zet ik koers naar de St.Pietersberg waar het nu, in tegen stelling tot de weekenddagen, lekker rustig is.






Genieten met hoofdletter G - een heerlijke rit!

Bart Brentjens Challenge

Bagger, nattigheid, veel hoogtemeters en een schitterend Limburgs landschap. De ingrediënten voor de Bart Brentjens challenge die jaarlijks vanuit mijn eigen woonplaats  vertrekt. Omdat ik de laatste maanden behoorlijk wat kilometers met de MTB heb verreden wil ik de sfeer van deze MTB-klassieker eens proeven . Niet door mee te doen maar door me op te geven als vrijwilliger om de route uit te pijlen.

Na een professionele en veelbelovende briefing op de donderdag spring ik zaterdags op de fiets in de richting van Reymerstok waar ik mede uitpijler Albert tref.  Hij blijkt een zeer ervaren rot in het wielermetier en zeker niet te beroerd om een vrijwilige hand uit te steken. Snel brengt hij me het "vak"van uitpijler bij. De route die we van bordjes moeten voorzien is er een om van te smullen; zowel in esthetisch als fysiek opzicht. De eerste kilometers over het verharde fietspad in de richting van camping Osebos zijn gelijk ook de makkelijkste. In de volgende 12 km volgen de klimmen elkaar in snel tempo op.  Als eerste de klim achter de camping Osebos langs, in de richting van Ingber.  Op het door de regen uitgesleten en gladde pad is het moeilijk omhoog kruipen. Zeker als je na elke zijweg even moet stoppen om een routemarkering op te hangen. Moeilijk om daarna weer op gang te komen op een stuk van 10%.   



Het volgende klimmetje vanaf de Ingbergracht stelt niet veel voor maar is de opwarmer naar een stevig drieluik dat is verpakt in een, in prachtige herfstkleuren omrand, Gulpdal. Drie beklimmingen met elk een andere naam maar uitkomend op dezelfde top; het plateau van de keutenberg.  De benamingen volgens de “ Strava”  software: de Dolsberg die redelijk gematigd begint met een procent of 4, daarna langzaam doortrekt naar de 7 procent om vervolgens richting de dubbele cijfers te trekken. Een mooi smal pad met goede grip en een zeer fraai uitzicht. Bovenaan een zeer verraderlijke afdaling over spekgladde en bollende mergel hangen we een lint met drie pijlen naar beneden; gevaarlijke helling betekent dat in het wielermetier. Helaas blijkt de waarschuwing onvoldoende want op de wedstrijddag breekt een wedstrijdrijder bij een valpartij zijn heup. Na deze afdaling staan we weer aan de voet van de volgende sterk hellende holle weg; Beertsenhoven West (volgens Strava). Van hetzelfde laken een pak; ook hier worden de kuiten flink getest.

Halverwege deze helling zijn een paar geschilderde spoken neergezet . Als er in de afdaling 2 mannen met een doodskist rondsjouwen worden we toch erg nieuwsgierig. Tijdens een kort maar gezellig praatje blijkt dit alles voor de plaatselijke spooktocht op de zaterdagavond. Gelukkig dus niet om de MTB-ers de stuipen op het lijf te jagen. 

Bij de kapel in Stokhem steken we deze keer geen kaarsjes op. We vragen Onze Lieve Vrouw toestemming om twee wegwijzers op te hangen; ze stemt zwijgend toe. Ik sla een kruis voor de laatste klim naar het plateau; via de Gronzendelleweg dit keer. Geen makkie met een gemiddelde van 10,3%. Het is alweer een opbouwende klim en het begin is redelijk te doen maar naarmate de top in zicht komt is het (te) moeilijk om de voet van de grond te houden. Het heeft nog niet eens zozeer met kracht te maken maar mijn voorwiel komt simpelweg omhoog. Staan kan niet want dan slipt het achterwiel weg. Er rest geen andere optie dan voet aan de grond te zetten of omvallen en op een meter of 10 van de top capituleer ik.

Het eerste deel van de in totaal drie ritten zit erop. Morgen heb ik het genoegen dit fraai stukje weg wederom twee keer te fietsen. In de ochtend om te controleren of alle bordjes en linten nog hangen. In de namiddag wordt alles weer opgeruimd. Op de zondagochtend maak ik op de terugweg nog wat foto’ s van de wedstrijdrijders.  De onder een dikke modderlaag besmeurde bikers vliegen voorbij op het fietspad tussen Reymerstok en Gulpen. De zware omstandigheden zijn van de gezichten af te lezen en ze zijn nog niet halfweg.


Bij toerbikers die we in de middag tegen komen is het niet anders. Een combinatie van genieten en afzien; het kan blijkbaar allebei.

Na afloop genieten we met de pijlploeg van een lekkere kop soep en een paar heerlijke potten bier. Moe maar voldaan keer ik tegen de avond ik huiswaarts van een heerlijk weekendje
“ werken” .

Mergelheuvelland 2 daagse 2012


De hoeveelheid kilometers tijdens de vakantie viel tegen. Direct na terugkomst heb ik de draad maar eens goed opgepakt. Steevast twee keer in de week wordt de fiets uit de garage gehaald. De racefiets wordt vaker afgewisseld door de moutainbike; verandering van spijs doet leven. En het MTB-en bevalt uitstekend.  Een goede gelegenheid om dit echt te testen is de Mergelheuvelland 2 daagse. De zaterdag met de MTB, de zondag met de racer.

Zaterdag 50km MTB-route

Een waarschuwing van de organisatie zorgt gek genoeg voor wat extra slaap. Gesnoeide hagen op het MTB-parcours dreigen veel lekke banden te veroorzaken en er wordt geadviseerd extra binnenbanden mee te nemen. Om 9.00 uur in de morgen ga ik dus eerst naar de plaatselijke fietsenmaker voor bandjes. Om 9.15 uur sluit ik op de Voerenweg in Eijsden aan op de 50km route. Deze stuurt vrij snel het fraaie Savelsbos in.  Het is een hellingbos en dat wordt volledig door de organisatie benut. Wel 3 keer beklimmen we het bos vanaf de voet naar de top; en het zijn behoorlijke smeerlappen met stukken waar menig rijder voet aan de grond moet zetten. Zelf kapituleer ik (nog) niet en rij gestaag door richting Bemelen en Berg en Terblijt. De route is inmiddels veranderd van bosweg in veldweg.  Mooie stukken langs de Groeve ’t Rooth en de mergelgrotten in Bemelen.





Mooie uitzichten over het Zuid Limburgse landschap.  Een zware afdaling richting  “ de Dellen”. Een mooi natuurgebied dat we na twee klimmen via Berg en Terblijt weer verlaten. Op de laatste klim zet ik de eerste voet aan de grond. Mijn achterwiel slipt weg op het steile laatste stuk van de klim. Ik hoef me niet te schamen want ik zie slechts een fietser die op de “ geijkte”  manier boven komt. Na een leuke stop op camping Mooi Bemelen, die voor de gelegenheid doorgang biedt aan de mtb-ers vervolg ik mijn weg in de richting van Cadier en Keer. De wildtunnel waar we doorheen worden gestuurd is het ludieke hoogtepunt. 




Maar eigenlijk is de hele route voor mij een groot hoogtepunt. Ik hou me prima staande als racefietser tussen de robuuste MTB-ers. Technisch kom ik tekort maar conditioneel voel ik me super. Van begin tot het einde waar een lekkere pot bier en een vette hap goed smaakt.




 Zondag 85km race

Op zondag hou ik me bij de racefiets. Met Frenk, Mathijs en Chris maak ik de Limburgse wegen onveilig. De wegen die zo vaak  door mij bereden worden althans in het begin. De Bemelerberg is het eerste obstakel. Rustig pedellen we verder naar de Gulpenerberg; de eerst voelbare kuitenbijter. Dat is de opmaat voor het onafscheidelijke duo van de Kruisberg en de Eyserbosweg. De scherprechter uit de Amstel rij ik volle bak omhoog. Ondanks de inspanning op de zaterdag gaat het uitstekend; ik voel me super!

Na de Eyserbos volgt een mooie omweg door Duitsland. Na Lemiers volgen we schitterende kleine en voor mij onbekende wegen naar het volgende obstakel; de Schweiberg. Deze wordt opgevolgd door de venijnige Schilberg met uitschieters tot 18% en de pittige klim vanuit ‘s – Gravenvoeren naar de Schoppemerheide gevolgd door een heuse strada bianchi naar Ulvend. Het landschap is gedurende de hele tocht een ware traktatie net als de zon die ons het hele weekend gezelschap houdt. De tocht eindigt met twee ferme scheuten in de kuiten; het Mheerelindje en de klim naar de kerk in Mheer. Dan is het leed geleden maar is ook een prachtige toertocht ten einde. Maar niet nadat we ons het bier goed hebben laten smaken bij de finish in Libeek. Hulde aan de organisatoren van deze geweldige Mergelheuvelland 2 daagse. 

Vakantie Cote d'Azur en Mont Ventoux


Een vrij rustig fietsseizoen tot nog toe. Een aantal geplande toertochten liet ik aan me voorbij gaan; het weer was vaak spelbreker. Wel iedere week een kilometer of 80 maar echt kilometer vreten was er nog niet bij. Tijdens de vakantie moet daar maar eens verandering in komen.
De eerste 10 dagen aan de prachtige Franse Cote d'Azur.  Zon, zee en strand; de ingrediënten om lekker te luieren. Met een temperatuur die elke dag de 30 graden overstijgt (en in de nacht weinig hieraan toegeeft) is het ook niet moeilijk om hieraan toe te geven. Op de 6e dag dwing ik mezelf toch tot het eerste ritje. Een kilometer of 60 langs de kust via de col de Canadel. Mooie route. De grote kustweg niet al te druk en de col de Canadel is een beauty.



Daags erna op herhaling want Luuk wil deze top ook wel bedwingen.



In de laatste "kust"dagen zet de temperatuur nog een tandje bij en de fiets blijft bij de tent staan. Na 10 dagen wordt de kust verruild voor een fietsgebied bij uitstek; De Mont Ventoux en omstreken. Alle ingrediënten om de conditie eens flink op te schroeven zijn hier aanwezig. Al vrij snel maak ik het eerste ritje van een 75 kilometer door de Dentelles de Montmirail; een mooi kleinschalig natuurpark omringd door befaamde wijndorpen als Beames de Venise, Vaqueyras, Gigondas, Seguret. De contrasten tussen de wijnvelden en de rotspartijen zijn mooi.


Helaas heb ik de kaart niet goed bestudeerd en waar ik een doorsteek gepland heb van Lafare naar Gigondas blijkt dit een voor de racefiets onneembaar pad. ik heb er nochtans een behoorlijk pittige klim voor over gehad maar moet uiteindelijk omkeren. Datzelfde lot trek ik vanaf de andere zijde als ik bij Gigondas een kleine weg probeer te nemen; wat was dat ook weer met die ezel die zich geen twee keer stoot???? Helaas dan maar de iets grotere weg die zich behoorlijk lang trekt met de mistral op de kop. Na een paar uurtjes tevreden terug op de camping; een erg mooie rit en 1200hm; dat smaakt naar meer!

Een ritje via de Col de Fontaube was de volgende route. Via korte felle beklimming rij ik door kleine dorpjes naar de kleine weg in de richting van de Fontaube. Bij het oprijden wordt ik gepasseerd door een "oudere" man. Tijdens het gesprek blijkt de man van oorsprong een Belg die al 20 jaar in Veaux woont. Hij is inmiddels met pensioen en peddelt 4 keer per week door deze prachtige omgeving; een Godsgeschenk! De col van de Fontaubes nadert en de uitzichten worden mooier. De top met de Ventoux op de achtergrond en vervolgens het prachtige uitzicht op Brantes met alweer de Provençaalse reus op de achtergrond.


Deze reus is overigens het doel voor morgen( Renee heeft een zoete inval als de buurvrouw op de camping de Ventoux is opgefietst; ze flapt het er gewoon uit. Als zij dat kan dan ik ook). Ik maak de rit dus niet te lang en na een kilometer of 65 strand ik dus weer op de camping.

De dag van "de uitdaging"voor de kids begint vroeg (voor onze begrippen). We staan om 8.00 uur op want ik wil uiterlijk om 10.00 uur vertrekken vanuit Sault. Door de zenuwen wordt het riool  in Sault extra belast en daarna kan het "feest" beginnen.



Tot de voet van de Ventoux gaat het licht bergaf. De racefiets is duidelijk wennen voor Renee die alleen maar gewend is aan haar schoolfiets van een kilo of 20. Maar eenmaal begonnen aan de klim is ze snel in haar ritme en rijdt weg van Luuk en mij; als ze maar niet te hard van stapel gaat? Ik blijf bij Luuk en in een lekker tempo rijden we de eerste kilometers. Na 5 kilometer staat kalita al met de fourage klaar. Maar daar wil niemand wat van weten op dit moment.




Zo rijden we vrij gemakkelijk door tot chalet Renard waar even een plaspauze wordt gehouden voor de helletocht naar de top. Luuk wil snel verder en stapt weer op de fiets. Renee start een minuut of 5 later en al keuvelend beginnen we aan de laatste 6km.




Met nog 3 km te gaan krijgt Renee het zwaar. Je ziet het tempo wisselen en dat is meestal geen goed teken. Omdat ik het gevoel heb dat ze beter haar eigen tempo kan rijden besluit ik de oversteek naar Luuk te maken die een 500m vooruit fietst. Als ik bij hem aansluit merk ik dat ook hij het zwaar heeft maar dan hoeft hij nog maar een ruime kilometer.



Ik fiets even vooruit voor een paar mooie foto's en even later kan ook Luuk aan de laatste bocht beginnen. Eenmaal over de streep is hij kapot; het huilen staat hem nader dan het lachen. Logisch want het is ook niet niks op een 24 inch MTB van vooroorlogs staal.

Na een paar bemoedigende woorden daal ik weer af richting Renee. Als ik bij haar kom is ze net even gestopt om haar adem onder controle te krijgen. Samen vallen we de laatste km aan. En ondanks dat Renee kapot is gaat het weer vrij goed. Het tempo houdt ze vrij strak; wat een karakter!
Als ook Renee boven komt hebben ze het allebei weer geflikt; grote klasse! Na een kwartier krijgen ze weer praatjes en wordt de beklimming nog eens naverteld.




Na een tijdje daal ik in mijn eentje via Malaucene af. Lang gaat dat niet goed wat ik schrik van een behoorlijke knal. Er blijkt iets kapot in mijn achterwiel en de trappers draaien mee. Niet goed dus. En dat blijkt als het volgens de "fietsspecialist" in Vaison niet meer gemaakt kan worden. Ik moet een nieuw achterwiel. In Nederland blijkt dat het woord specialist niet echt op zijn plaats was want mijn eigen fietsenmaker bleek dat wel te kunnen. Helaas is door dit akkefietje wel een vroegtijdig einde gekomen aan het inspannende gedeelte van de vakantie.

La Doyenne (Luik - Bastenaken - Luik)

Moordhellingen, de geur van barbequeworsten, onvervalst Waals sentiment werd me door Xavier en Mathijs in het vooruitzicht gesteld. De inschrijving voor Klimmen-Monschau-Klimmen ging in de uitverkoop. De 22e april was La Doyenne en voor de professionals uit gaan we de finale verkennen. Allereerst naar de start op le Place St. Lambert in Luik waar we de Raborenners Geesink en Mollema succes wensen voor de koers.



Vanaf Luik door de binnenstad richting Tilff en Esneux waar de eerste clash van de dag plaatsvindt. De Roche aux Faucons (Valkenrots); bij de professionals valt hier vaak de “vorentscheidung”. Hier gaat het spel op de wagen. Een kreng van een helling die ik tomeloos onderschat.  Ik was nog wel gewaarschuwd voor de steilte. Daar had ik me volledig op ingesteld maar als de klim twee maal zo lang is als je verwacht dan valt dat flink tegen. Valken heb ik op de rots niet gezien, wel sterren. De aanmoedigingen van de supporters die zich al vroeg in berm hebben geparkeerd, aan de kant geven me een beetje moed om de laatste 100m te slechten. De eerste barrière is genomen.



Het vervolg van de route richting Luik gaat via grote stinkende wegen, door grauwe voorsteden richting de St. nicolas. Deze klim rij ik wat rustiger op dan de eerste klim. De Waalse taferelen die zich in dit dorp afspelen wil ik wel eens goed bekijken. De Rue de Bordelais, zoals deze weg heet, kronkelt zich door het dopje waar de tijd lijkt stil te staan. Vandaag is het feest. De koers komt langs. De tent staat op, de barbecue is al aan de voet van de klim te ruiken en de mensen staan langs het parcours; het is pas half twaalf en het duurt nog zeker 5 uur voordat de “echte” renners passeren. Voor nu moeten ze het doen met de Jupiler, de Saucisse en de tweederangs coureurs. We krijgen dan ook alle egards bij onze doortocht door dit Waals tafereel. Een leuke doortocht maar ook een steile; een kilometer tegen 12-13%.



De afdaling tot de laatste 2 km in Ans gaat vlot. De weg is slecht, de omgeving niet om over naar huis te schrijven. De 2km vals plat die ik in gedachte heb, blijkt in werkelijk gewoon een klim van 2km. 5, 6 en 7% is voor mij geen vals plat meer. Eenmaal boven is de pijn snel vergeten. Dan mogen we zelf aan de Waalse geneugten proeven. De Jupille et saucisse smaakt uitstekend!




En na deze verdiende pauze dalen we, een beetje verdoofd door de alcohol, terug naar le Place St. Lambert en verder naar Visé en Eijsden.  

S'-middags bekijk ik, met de benen omhoog, op tv de echte koers. Als ik Nibali naar de finish zie rijden heb ik met hem te doen; het is een verdomd zware finale!

Hel van het Mergelland


Een kort winterseizoen; in november nog in de korte broek, een leuke loopperiode in het najaar en begin van de winter. Helaas iets te hard van stapel gelopen met een vervelende blessure tot gevolg. In januari een paar leuke sneeuwritjes en met het stijgen van de temperatuur stijgen de kilometers; het nieuwe fietsseizoen is weer begonnen! 


De eerste echte test in 2012 is de Hel van het Mergelland (die ze omwille van de commerce helaas hebben omgedoopt tot “ Volta Limburg classic”). Op de planning staat de bescheiden versie van 85km.  Helaas niet de officiële toerrit want de zondag durf ik niet aan. Het promotiefeestje van zwemclub Eijsden op de zaterdagavond wordt waarschijnlijk te gezellig en daarom ga ik op de zaterdag.  
Op deze grijze zaterdag blaast de wind een behoorlijk deuntje mee. De temperatuur laat in vergelijking tot een week eerder een behoorlijke steek vallen.  Het is 5 graden en ronduit koud. De parcoursbouwer kent geen scrupules en rijgt de ene klim aan de andere vast. Alle meters hellende weg in het Limburgse heuvelland en het Belgische grensgebied lijken  weer opgenomen.  Maar het gaat crescendo en met een aardig tempo raffel ik de eerste 50 kilometers af. De voorbode (motoren) van de professionals die aan hun “ hel” bezig zijn lopen me in boven aan de beklimming van Teuven naar de Planck. Na 20 minuten klappertanden in de kou dienen de eerste wielrenners zich aan. Wachten in een ijskoude wind, bezweet en met iets te weinig kleding aan is niet echt prettig. De spieren koelen te veel af . In een glimp zie ik onze plaatselijke vedette Rick van Caldenborgh; hij zit er nog bij - sjiek voor die jongen!



Nadat de bezemwagen is gepasseerd vervolg ik mijn weg door het Voerens gedeelte. Crindaal, waar vandaag geen tijdmeting is , fiets ik nog in een aardig tempo op maar dan voel ik al dat de benen niet fris meer zijn. Beetje krampneiging; waarschijnlijk te veel afkoeling. Het gaat steeds moeilijker en Rullen rij ik in een rustig tempo op; er volgen immers nog twee killers. 
Op de Voie de Mort merk ik dat dit ritje zijn naam eer aan doet. Te gek voor woorden maar de 70km die ik er dan heb opzitten zijn eigenlijk genoeg. Dood gaan op de Voie de Mort kan natuurlijk niet. Dat bewaar ik voor de laatste beer op de weg; Larbois/Les Waides; de apotheose voor de sterken, een bestraffing voor hen die te weinig kilometers gemaakt hebben. Helaas behoor ik tot de laatste categorie. Met kramp in kuit en bovenbeen bereik ik de top, waarna ik met een straffe wind tegen een lekkere douche tegemoet rijdt. In voeren wijs ik een rillende uitgevallen deelnemer van de profkoers de weg naar Eijsden. In mijn beste Frans. Die jongen was door en door koud. Niet gek met een korte broek , een dun shirt en armstukken.  


Flink afzien maar toch een leuke dag. Mooi parcours, de profs op je hielen, nog net op tijd om Luuk te bewonderen tijdens de dikke bandenrace.



Daarna een heerlijk feest in de avonduren. Gelukkig hoef ik op zondag niet meer te fietsen. 


.

.